Discussie in de LinkedIn groep Beveiliging Nieuws: Integrale benadering beveiliging culturele instellingen
26/02/2010 – 02:25Discussie in de LinkedIn groep Dutch Museum Security:
Discussie geplaatst door Gerard De Bruin (Owner at GdB conflict & agressie management)
Integrale benadering beveiliging culturele instellingen
Volgens een artikel in het managementblad Beveiliging moeten culturele instellingen veiligheidsdenken integraal benaderen
Voor culturele instellingen zoals musea is het belangrijk om beveiligingsvraagstukken integraal en bedrijfsmatig te benaderen. Dat vergt een omslag in het denken. Musea zien veiligheid nog te vaak als iets dat toegevoegd wordt aan de organisatie.
Musea zijn zelf meer gepreoccupeerd met de collectie en het expositiebeleid, terwijl beveiliging een niet-geïntegreerde ad hoc-activiteit is zolang er geen incidenten plaatsvinden. Met name kleine culturele instellingen verschuilen zich achter de gedachte dat er voor criminelen weinig van waarde te halen valt om niet te hoeven investeren in de kwaliteit van het (bewakings-) personeel. Weliswaar hoeven kleine instellingen geen gediplomeerde beveiligingsmedewerkers in huis te hebben, ze moeten wel goed opgeleid en getraind zijn om te kunnen optreden in geval van brand of bij vervelende bezoekers.
Veiligheidszorg is behalve een kwestie van het tegengaan van criminaliteit, belangrijk in het kader van klantgerichtheid en publieksvriendelijkheid. De beveiligingsmedewerker moet dus niet alleen de bezoekersfaciliteiten kennen, maar ook kunnen anticiperen op het gedrag van bezoekers of cliëntonvriendelijke omstandigheden en beheerst en doelgericht optreden tijdens een incident.
Reactie Ton Cremers:
Beste Gerard,
Het artikel waar je naar verwijst is gebaseerd op het interview met 1 persoon. Ik wil bij dat interview graag enkele kanttekeningen plaatsen.
In 1992 – lang geleden dus – werd naar aanleiding van enkele ernstige incidenten, o.a. de nachtelijke roof uit het Van Goghmuseum, in opdracht van Binnenlandse Zaken een onderzoek verricht naar de veiligheidszorg (= veiligheid en beveiliging) in Nederlandse musea. Uit dat onderzoek kwam naar voren dat de musea over het algemeen goed voorzien waren van hang- en sluitwerk en elektronische signalering, maar dat de organisatorische kant van de beveiliging meer aandacht verdiende. In die zin is de mening van de geïnterviewde geen nieuw verhaal. Echter, het is ook een verhaal dat al jaren herhaald wordt en voor een groot deel ook al jaren achterhaald is. Het zeer gedegen onderzoek uit 1992 werd gevolgd door een vergelijkend onderzoek naar de veiligheidszorg in Belgische en Britse musea. Het gaat te ver om nu uitgebreid te reageren op dat vervolgonderzoek, maar er was een heel interessante conclusie die ik graag met je deel: in Britse musea kreeg de veiligheidszorg veel meer aandacht dan in Belgische en Nederlandse musea, maar tegelijkertijd waren er ook meer incidenten. Blijkbaar, zo was de conclusie,wordt in veiligheidszorg altijd gezocht naar een evenwicht tussen incidenten en maatregelen.
Na de publicatie van het rapport uit 1992 stelde de Nederlandse Museumvereniging een commissie en werkgroep veiligheidszorg samen waarin museale beveiligingsdeskundigen (ondergetekende, destijds hoofd beveiliging van het Rijksmuseum, en Gerard de Baay, voormalig politieman en hoofd publieksdiensten van het Openluchtmuseum in Arnhem) en de ministeries van BZ (Adri Voermans) en Cultuur samenwerkten aan het opstellen van uitgangspunten voor audits in musea. De latere directeur van het NCP, Henk in ‘t Veld, was bij de aanzet betrokken en in een later stadium werd de commissie ondersteund door KPMG. Resultaat van meer dan een jaar intensieve samenwerking was de publicatie van het Handboek Veiligheidszorg voor Musea (1997) en MUSAVE, de Museum Standaard Audit Veiligheidszorg. MUSAVE is een softwarematige self-audit gebouwd op QUBUS, het questionnaire building system van KPMG. Zowel het handboek als MUSAVE zijn gebaseerd op het preventiewiel. Dat preventiewiel – en nu komt het – is omvat de integratie tussen beleid, organisatie (structuur en processen), voorzieningen (bouwkundig, elektronisch en overige hulpmiddelen), en cultuur (preventiehouding en deskundigheidsbevordering). Over integrale benadering gesproken! Kan het nog integraler? De door Beveiliging geïnterviewde was bij al deze ontwikkelingen niet betrokken.
In 2000 werd een tweede editie uitgegeven van MUSAVE. De questionnaire bevat circa 600 vragen die geïntegreerd alle aspecten van de veiligheidszorg behandelen conform het preventiewiel. Na publicatie van het rapport Veiligheidszorg in Nederlandse musea, het Handboek Veiligheidszorg Musea en MUSAVE is het focus enkele jaren mogelijk iets te exclusief gericht op de organisatorische kant van de beveiliging. Ook daar is men in de museumwereld weer van terug gekomen. Mijn ervaring en nadrukkelijke overtuiging is dat er een gebalanceerde aandacht is voor zowel beleidsmatige, organisatorische, bouwkundige en elektronische aspecten van de veiligheidszorg. Ik zal in de in 2010 en 2011 in het Handboek Beveiligingstechniek te publiceren artikelenreeks over museumbeveiliging uitgebreid op deze materie terug komen. Betekent dit dat de veiligheidszorg in de musea nu perfect is? Natuurlijk niet. er blijven altijd verbeterpunten. Het is absoluut onjuist te beweren dat het mankeert aan een integrale benadering van de veiligheidszorg. En, ja, onvermijdelijk is er discrepantie tussen grote en kleine musea; en ja: vele musea hebben collecties die binnen de VRKI terminologie niet kostbaar zijn noch aantrekkelijk voor diefstal. Nadenker: HET museum bestaat niet; ‘museum’ is een containerbegrip.
In 1992 – lang geleden dus – werd naar aanleiding van enkele ernstige incidenten, o.a. de nachtelijke roof uit het Van Goghmuseum, in opdracht van Binnenlandse Zaken een onderzoek verricht naar de veiligheidszorg (= veiligheid en beveiliging) in Nederlandse musea. Uit dat onderzoek kwam naar voren dat de musea over het algemeen goed voorzien waren van hang- en sluitwerk en elektronische signalering, maar dat de organisatorische kant van de beveiliging meer aandacht verdiende. In die zin is de mening van de geïnterviewde geen nieuw verhaal. Echter, het is ook een verhaal dat al jaren herhaald wordt en voor een groot deel ook al jaren achterhaald is. Het zeer gedegen onderzoek uit 1992 werd gevolgd door een vergelijkend onderzoek naar de veiligheidszorg in Belgische en Britse musea. Het gaat te ver om nu uitgebreid te reageren op dat vervolgonderzoek, maar er was een heel interessante conclusie die ik graag met je deel: in Britse musea kreeg de veiligheidszorg veel meer aandacht dan in Belgische en Nederlandse musea, maar tegelijkertijd waren er ook meer incidenten. Blijkbaar, zo was de conclusie,wordt in veiligheidszorg altijd gezocht naar een evenwicht tussen incidenten en maatregelen.
Na de publicatie van het rapport uit 1992 stelde de Nederlandse Museumvereniging een commissie en werkgroep veiligheidszorg samen waarin museale beveiligingsdeskundigen (ondergetekende, destijds hoofd beveiliging van het Rijksmuseum, en Gerard de Baay, voormalig politieman en hoofd publieksdiensten van het Openluchtmuseum in Arnhem) en de ministeries van BZ (Adri Voermans) en Cultuur samenwerkten aan het opstellen van uitgangspunten voor audits in musea. De latere directeur van het NCP, Henk in ‘t Veld, was bij de aanzet betrokken en in een later stadium werd de commissie ondersteund door KPMG. Resultaat van meer dan een jaar intensieve samenwerking was de publicatie van het Handboek Veiligheidszorg voor Musea (1997) en MUSAVE, de Museum Standaard Audit Veiligheidszorg. MUSAVE is een softwarematige self-audit gebouwd op QUBUS, het questionnaire building system van KPMG. Zowel het handboek als MUSAVE zijn gebaseerd op het preventiewiel. Dat preventiewiel – en nu komt het – is omvat de integratie tussen beleid, organisatie (structuur en processen), voorzieningen (bouwkundig, elektronisch en overige hulpmiddelen), en cultuur (preventiehouding en deskundigheidsbevordering). Over integrale benadering gesproken! Kan het nog integraler? De door Beveiliging geïnterviewde was bij al deze ontwikkelingen niet betrokken.
In 2000 werd een tweede editie uitgegeven van MUSAVE. De questionnaire bevat circa 600 vragen die geïntegreerd alle aspecten van de veiligheidszorg behandelen conform het preventiewiel. Na publicatie van het rapport Veiligheidszorg in Nederlandse musea, het Handboek Veiligheidszorg Musea en MUSAVE is het focus enkele jaren mogelijk iets te exclusief gericht op de organisatorische kant van de beveiliging. Ook daar is men in de museumwereld weer van terug gekomen. Mijn ervaring en nadrukkelijke overtuiging is dat er een gebalanceerde aandacht is voor zowel beleidsmatige, organisatorische, bouwkundige en elektronische aspecten van de veiligheidszorg. Ik zal in de in 2010 en 2011 in het Handboek Beveiligingstechniek te publiceren artikelenreeks over museumbeveiliging uitgebreid op deze materie terug komen. Betekent dit dat de veiligheidszorg in de musea nu perfect is? Natuurlijk niet. er blijven altijd verbeterpunten. Het is absoluut onjuist te beweren dat het mankeert aan een integrale benadering van de veiligheidszorg. En, ja, onvermijdelijk is er discrepantie tussen grote en kleine musea; en ja: vele musea hebben collecties die binnen de VRKI terminologie niet kostbaar zijn noch aantrekkelijk voor diefstal. Nadenker: HET museum bestaat niet; ‘museum’ is een containerbegrip.
“Met name kleine culturele instellingen verschuilen zich achter de gedachte dat er voor criminelen weinig van waarde te halen valt om niet te hoeven investeren in de kwaliteit van het (bewakings-) personeel. Weliswaar hoeven kleine instellingen geen gediplomeerde beveiligingsmedewerkers in huis te hebben, ze moeten wel goed opgeleid en getraind zijn om te kunnen optreden in geval van brand of bij vervelende bezoekers.”
Dat kleine musea zich zouden “verschuilen achter de gedachte (hoe kan je je achter een ‘gedachte’ verschuilen?) dat er voor criminelen weinig van waarde te halen valt etc” is een veel te negatief tendentieuze formulering. Deze overtuiging van kleine musea is eerder gebaseerd op een reële waardering van hun collecties.
Nog een ontwikkeling die de geïnterviewde in Beveiliging blijkbaar gemist heeft: ondersteund door zeer genereuze subsidies van het Ministerie van OCW, provinciale en gemeentelijke overheden en door financiële bijdragen van individuele instellingen vonden sinds 2002 door heel Nederland projecten plaats waarbij honderden musea, bibliotheken, archieven, monumenten, kastelen, kerken met kostbare collecties en zelfs molens werkten aan hun calamiteitenplannen, aan de deskundigheidsbevordering en de training van de medewerkers/vrijwilligers en het opzetten van preventienetwerken tot collegiale ondersteuning. In al die projecten door heel Nederland werd intensief samengewerkt met de veiligheidsregio’s en de brandweer.
Dit Nederlandse format is inmiddels in België en in een enkele staat in de USA overgenomen. Het Instituut Collectie Nederland publiceerde een vijftal jaren geleden het Handboek Calamiteitenplannen voor collectiebeherende instellingen. Dat dit handboek inmiddels is uitverkocht en alleen nog als PDF is te downloaden bewijst de interesse in de erfgoedwereld voor deze materie.
Nog een belangrijk initiatief: sinds twee jaar – ook dankzij een subsidie van het Ministerie van OCW – is het Kenniscentrum Veiligheidszorg Cultureel Erfgoed (http://www.kvce.nl/ ) zeer actief (heeft ook een eigen LinkedIn groep).
Nog een belangrijk initiatief: de Database Incidentenregistratie Cultureel Erfgoed (DICE- http://www.erfgoedincidenten.nl/ ). Wederom dankzij een omvangrijke overheidssubsidie. Erfgoedbeheerders kunnen online een beveiligde account aanmaken om hun incidenten te melden. De beheerders kunnen zodra er voldoende statistisch materiaal beschikbaar is aan de hand van de omstandigheden waaronder zich incidenten voordeden gericht adviseren om in de toekomst incidenten te voorkomen.
Nog een belangrijk initiatief: OGRI – een uit de politiewereld afkomstige methodiek waarin museumbeveiligers getraind worden gastvrijheid te combineren met observatie, preventie en proactief, adequaat acteren.
Het zal duidelijk zijn dat de erfgoedsector – niet alleen musea – al vele jaren werkt aan professionalisering.
Tenslotte: “Voor culturele instellingen zoals musea is het belangrijk om beveiligingsvraagstukken integraal en bedrijfsmatig te benaderen. Dat vergt een omslag in het denken.” De eerste zin uit dit citaat is weliswaar een open deur maar volkomen terecht. De tweede zin is even volkomen achterhaald. Die omslag heeft allang plaatsgevonden. Hier geldt echter ook dat tussen droom en daad soms praktische bezwaren bestaan. Wat dat betreft zijn musea organisaties die niet afwijken van alle overige organisaties in onze maatschappij waar realisatie van beleid tijd kost en niet overal even snel gaat. Het klopt dat musea ‘gepreoccupeerd’ zijn met de collecties. Ze ontlenen immers hun bestaansrecht aan die collecties. Het zou gek zijn indien ze niet met die collecties gepreoccupeerd zouden zijn. Veiligheidszorg is binnen die preoccupatie een kerntaak. Het is de taak van de beveiligers de deur van het museum te openen en niet om hem te sluiten. Integrale veiligheidszorg heeft alleen zin indien geïntegreerd in de overige musea taken.
Dit Nederlandse format is inmiddels in België en in een enkele staat in de USA overgenomen. Het Instituut Collectie Nederland publiceerde een vijftal jaren geleden het Handboek Calamiteitenplannen voor collectiebeherende instellingen. Dat dit handboek inmiddels is uitverkocht en alleen nog als PDF is te downloaden bewijst de interesse in de erfgoedwereld voor deze materie.
Link to this page
Sorry, comments for this entry are closed at this time.