Risicobeheersing in musea

22 April, 2008 – 7:11 am

Risicobeheersing in musea

De opgave van musea is objecten van kunst en cultuur toegankelijk te maken voor een breed publiek en deze te behouden voor de generaties na ons. Deze taken lijken lastig verenigbaar. Enerzijds vraagt de tentoonstellingstaak om een open en gastvrije presentatie van de collectie. Anderzijds rechtvaardigt de bewaartaak van musea een volledig beschermde opstelling van de collectieobjecten om schade en verlies te voorkomen. Dit artikel richt zich op afwegingen tussen het beperken van brand- en diefstalrisico’s voor de collecties van musea en de consequenties van maatregelen voor andere museumbelangen.

‘Het museum’

Museum is een zeer ruim begrip en er zijn grote variaties tussen ‘musea’. De verschillen komen ondermeer tot uitdrukking in de aard van de collecties (van streekhistorische verzamelingen tot hedendaagse kunst en van oude meester tot archeologische verzamelingen, zilverwerk en historische kostuums), de bezoekersaantallen (van 600 tot ruim een miljoen per jaar), het aandeel betaalde krachten en vrijwilligers, de aard van de gebouwen waarin de collectie is ondergebracht (van middeleeuwse kastelen tot nieuwbouw) en de activiteiten binnen het museum (van tentoonstellingen tot kantoorwerkzaamheden en van cateringactiviteiten tot bruiloften). Deze variaties tussen musea hebben grote invloed op risico’s voor hun collecties, de mogelijkheden voor maatregelen om zich hiertegen te beschermen en de aanvaardbaarheid van risico’s.

Bedreigingen voor museumcollectie kunnen globaal onderverdeeld worden in twee categorieën. Enerzijds ‘acute’ bedreigingen:

- opzettelijk menselijk handelen (zoals: moedwillige beschadiging, diefstal, overval, inbraak);

- menselijk of technisch falen (zoals: onopzettelijke beschadiging, lekkage, overbelasting elektrische circuit);

- natuurverschijnselen (zoals: overstroming, hoog grondwater, blikseminslag).

Anderzijds ‘sluipende’ bedreigingen. Dit zijn bijvoorbeeld klimaat- en lichtinvloeden die continu schade veroorzaken, maar waarvan de schade pas na verloop van tijd (veelal tientallen jaren) een zodanige omvang aanneemt dat daadwerkelijk gesproken kan worden van verlies van (de onderzoeks- en/of presentatiewaarde van) collectieobjecten. Zeer slechte klimatologische omstandigheden kunnen ook acuut een schimmelexplosie veroorzaken. Preventieve conservering, waaronder klimaatbeheersing, valt onder het taakgebied ‘duurzaam Behoud en Beheer’. De bescherming tegen ‘acute’ bedreigingen valt onder het taakgebied ‘veiligheidszorg’, omvattende de beveiliging, bewaking en veiligheid.

Uiteraard hebben musea naast hun collecties ook andere vitale belangen die beschermd moeten worden: in de eerste plaats de medewerkers en bezoekers, maar ook gegevens, gebouw(en) en inventaris en overige voorwaarden voor de continuïteit van de museumbedrijfsvoering.
Methodes en modellen

Er zijn veel methodes en modellen voor het analyseren van risico’s en het beoordelen van de effectiviteit van maatregelen. Instrumenten die specifiek gericht zijn op collectiebeherende instellingen omvatten:

Het Cultural Property Risk Analysis Model1. Dit is een systematiek voor een kwantitatieve risicoanalyse en is ontwikkeld binnen het Canadian Museum of Nature door Robert Waller. Er wordt hierbij gekeken naar zowel ‘acute’ als ‘sluipende’ bedreigingen en de totale schade hiervan over een tijdsperiode van 100 jaar.

Het Handboek Veiligheidszorg Musea en de hierbij bijbehorende software MUSAVE (Museum Standaard Audit Veiligheidszorg)2 vormen een instrument voor het in kaart brengen van de sterkten en zwakten in de veiligheidszorg. Bijzondere aandacht wordt hierbij besteed aan de essentiële samenhang tussen Beleid, Organisatie (structuur en processen), Voorzieningen (bouwkundig en elektronisch) en de Bedrijfscultuur (preventiehouding en deskundigheidsbevordering).

Brandrisico

In de afgelopen maanden zijn we in Nederland met verschillende grote branden in musea geconfronteerd: het afbranden van het Armando Museum (22 oktober 2007, vermoedelijke oorzaak: werkzaamheden door derden), de brand in het Schutterijmuseum te Steyl (10 april 2008, vermoedelijke oorzaak: brandstichting) en 17 april j.l. de brand in een museum annex werkplaats te Diessen met een verzameling van circa 200 old timer motor- en bromfietsen (vermoedelijke oorzaak: defecte acculader). De statistieken van brandoorzaken in bijeenkomstgebouwen (Nederland: Brandweerstatistiek 20063) en musea (Verenigde Staten: NFPA 9094, statistiek periode 1980-1998) sluiten aan op deze historie van calamiteiten:

1.defecten en verkeerd gebruik van apparatuur, overbelasting elektrisch circuit,

2.brandstichting,

3.brandgevaarlijke werkzaamheden.

Na de branden in het Armando Museum en het Schutterijmuseum werd direct gemeld dat er voldaan was aan de wettelijke eisen op het terrein van brandbeveiliging. Echter, de wet en regelgeving is in de eerste plaats opgesteld vanuit het oogpunt van de veiligheid van mensen; veilig vluchten.
Automatische branddetectie is bijvoorbeeld niet verplicht als een brand voldoende snel opgemerkt kan worden om iedereen tijdig het gebouw te laten ontvluchten (voor bestaande bouw te beoordelen aan de hand van gebruiksoppervlakte, aantal bouwlagen van het gebouw en de hoogteligging van verblijfsruimten voor bezoekers, voor nieuwbouw inclusief aantal aanwezige personen: model Bouwverordening 1992). De installatie van automatische branddetectie vereist een aanzienlijke investering, maar zeker buiten openingsuren kan dit het verschil betekenen tussen brandschade en het geheel afbranden van een museum.

Ook automatische blussystemen zoals sprinklers zijn in principe niet verplicht. Wel kunnen deze ‘geëist’ worden als alternatief voor brandwerende voorzieningen, bijvoorbeeld bij compartimenten van meer dan 1000m2 (nieuwbouw).

Automatische blussystemen zijn uit schadebeperkende overwegingen veruit de meest optimale oplossing, maar de aanleg, in het bijzonder in bestaande gebouwen, is kostbaar.

De kans op en omvang van de schade door brand moet uiteraard in een redelijke verhouding staan tot de kosten van maatregelen en voorzieningen om die schade te beperken. In veel gevallen zal het brandrisico beperkt kunnen worden tot een ‘aanvaardbaar’ niveau door ondermeer een hoog niveau van preventie (minimalisering van potentiële brandoorzaken en voorschriften inclusief nauwlettend toezicht bij onvermijdelijk brandgevaarlijke activiteiten), vroegtijdige signalering van brand, brandcompartimentering, beoefende plannen voor de ontruiming van mensen en de evacuatie van de allerbelangrijkste collectieobjecten en een snelle alarmopvolging door interne en externe partijen). Er kunnen echter gebouwdelen zijn waar brand al snel onbeheersbaar zal zijn door bijvoorbeeld constructie en onbereikbaarheid voor brandbestrijding en waar brandpreventiemogelijkheden tekort schieten.
Musea die gevestigd zijn in gebouwen met een monumentenstatus zullen echter ook in deze situatie de Monumentenwacht ervan moeten overtuigen dat de aantasting van het oorspronkelijke karakter van het gebouw opweegt tegen het brandrisico voor gebouw en inventaris.

Een voorbeeld waarin brandveiligheid en museumactiviteiten tegenover elkaar staan is het gebruik van open haard en kaarsen in museale gebouwen tijdens partijen zoals bruiloften. Dergelijke activiteiten vormen vaak een belangrijke bron van inkomsten voor musea, maar vergroten het brandrisico aanzienlijk. Maatregelen om het brandrisico alsnog ‘beheersbaar’ te houden omvatten frequent onderhoud aan open haard en schoorstenen en de inzet van brandwachten. Ook cateringactiviteiten in musea brengen dit soort tegenstrijdigheden met zich mee.

Diefstalrisico

Er zijn voor diefstal van collectieobjecten globaal vijf verschillende modi operandi te onderscheiden:

- diefstal met inbraak

- diefstal met insluiting

- diefstal tijdens openingsuren (zonder geweld)

- diefstal met gewapend geweld (overval)

- diefstal bij transport
De mogelijke daderprofielen en motieven lopen zeer uiteen, strekkende van gelegenheidsdieven, souvenirjagers en verzamelaars tot zware criminelen die gebruik maken van gewapend geweld. Dreigingen komen echter niet alleen van buitenaf. Ook diefstal door medewerkers moet in aanmerking genomen worden. Volgens de FBI betreft 70% van de door hen opgeloste kunstdiefstallen ‘interne diefstal’. Niet in de laatste plaats door collectiedeskundigen, zoals conservatoren.

De diversiteit van museumcollecties en daarmee de attractiviteit voor diefstal is zeer groot. Verhandelbaarheid is in de verbeterde risicoklassenindeling (VRKI5) bepalend voor de attractiviteit (categorieën: Laag, Middel, Hoog en Zeer Hoog). Objecten zoals antiquiteiten, juwelen en sieraden, antieke uurwerken, handgeknoopte tapijten en postzegels en munten vallen volgens de VRKI in de hoogste twee attractiviteitcategorieën (Z/ZH). Voor het bepalen van de attractiviteit van ‘kunstvoorwerpen’ wordt geadviseerd contact op te nemen met de verzekeraar. De attractiviteitcategorie in combinatie met de (verzekerde) waarde van de collectie is bepalend voor de risicoklasse. Tentoonstellingsruimten (VRKI: ‘showroom’)  met objecten met een attractiviteitwaarde Hoog en een gezamenlijke waarde van €300.000 vallen bijvoorbeeld in de hoogste risicoklasse (klasse IV). Voor iedere risicoklasse zijn één of meerdere gelijkwaardige combinaties van inbraakpreventieve maatregelen gedefinieerd.

De uitvoering van de beveiliging tegen inbraak conform de VRKI risicoklasse wordt soms bemoeilijkt door de gekozen open en gastvrije architectuur en gebruikte materialen van museumgebouwen. Anderzijds kunnen musea ook gevestigd zijn in kastelen met de voordelen van hun historische zware weerbaarheid tegen vijandige aanvallen. Ook bij inbraakbeveiliging gelden de beperkingen van gebouwen met een monumentenstatus.

Tijdens openingsuren staan de deuren van musea wijd open voor het publiek. Toezicht door suppoosten en huisregels zoals beperkingen in het meenemen van bijvoorbeeld tassen worden door het museumpubliek als vanzelfsprekend ervaren. Ook camerabewaking is goed ‘ingeburgerd’. De waarde in de beveiliging van instrumenten zoals camerabewaking en objectdetectie is echter minimaal indien opvolging van alarm(beeld)en niet opgevolgd worden door geoefende en geïnstrueerde medewerkers.
 
Meeneembeperkende maatregelen, zoals verankering van staande objecten en te vergrendelen hangsystemen voor schilderijen tasten de esthetiek van de presentatie of toegankelijkheid van de objecten niet aan. Vitrines vormen wel een barrière tussen het museumpubliek en de collectie. Indien vitrines onderdeel van de beveiliging uitmaken dienen nadrukkelijk eisen gesteld worden aan de constructie en sluitsystemen om een daadwerkelijk weerbaarheid tegen diefstal te realiseren.

Maatregelen zoals het plaatsen van schilderijen in braakwerende vitrines, metaaldetectie en tourniquets bij de in/uitgang beperken wel het gastvrije en open karakter van musea. Bij afwegingen tussen publieksvriendelijkheid en beveiliging is het van belang te realiseren dat het publiek in afgelopen jaren regelmatig geconfronteerd is met nieuws over (roof)diefstallen en inbraken in musea en ook waarde hecht aan het behouden van ons cultureel erfgoed voor navolgende generaties. De beveiliging moet bezoekers uiteraard zo min mogelijk belemmeren, maar mag wel degelijk zichtbaar aanwezig zijn. Dit is bovendien onderdeel van de beveiliging. Een ‘passende’ pakket van maatregelen berust op een risicoanalyse van de tentoonstellingspecifieke omstandigheden.

Vertragingen in de ‘vlucht’-routes van dieven kunnen strijdig zijn met de beheersbaarheid van het brandrisico. Vrije doorgang van vluchtroutes en nooduitgangen is een voorwaarde voor een snelle en veilige ontruiming van mensen in geval van nood. Daarnaast kan een collectieobject dat dicht nabij een uitgang staat gemakkelijker gered worden in geval van brand. Anderzijds wil je vanuit de optiek van beveiliging tegen diefstal liever de meest waardevolle objecten zo ver mogelijk van (nood)uitgangen plaatsen. ‘Gecontroleerd’ gebruik van nooduitgangen dient aan hoge eisen te voldoen.
Maatregelen tegen diefstal door medewerkers worden door het museummanagement veelal als ‘wantrouwen ten aanzien van de staf’ aangemerkt. Uiteraard is vertrouwen in je medewerkers essentieel. Maar uiteindelijk wil je bouwen op een maatregelenpakket dat voorkomt dat medewerkers in de gelegenheid/verleiding komen een misstap te begaan, en hiermee voorkomen dat het vertrouwen binnen de gehele organisatie ineen stort. Want dat één van de ingrijpendste gevolgen van ‘interne diefstal’.
Een strikt toegangsbeheer rondom depotruimten vereist veelal een omschakeling in de ‘bedrijfs’cultuur. Dit geldt ook voor het invoeren van visitatieregelingen.

Beleid risicobeheersing

Beveiligingsmaatregelen mogen de museumbedrijfsvoering niet onmogelijk maken. Anderzijds kunnen incidenten en calamiteiten de bedrijfsvoering ook ernstige schaden of zelfs stilleggen. De beleidsbepaling over de aanvaardbaarheid van de risico’s berust op een afweging tussen de omvang van de risico’s en de kosten van maatregelen, zowel in financiële zin als voor wat betreft de gevolgen voor de publieksfunctie en overige vitale museumactiviteiten. Waar het gaat om het voorkomen of beperken van schade aan de collectie gelden geen wetten. De beslissingen hierover berusten op goed huisvaderschap en eventuele eisen van bruikleengevers en verzekeraars.
Verwijzingen

1: Waller, R. Robert (2003) Cultural Property Risk Analysis Model. Development and Application to Preventive Conservation at the Canadian Museum of Nature. Göteborg: Acta Universitatis Gothoburgensis.

2: Carla van Buuren (red.) (1997) Handboek Veiligheidszorg Musea. MUSAVE Museum Standaard Audit Veiligheidszorg. Amsterdam: Nederlandse Museum Vereniging.

3: Centraal Bureau voor de Statistiek (2007) Brandweerstatistiek 2006. Voorburg/Heerlen: Centraal Bureau voor de Statistiek.

4: National Fire Protection Association (2005) NFPA 909. Code for the Protection of Cultural Resource Properties — Museums, Libraries, and Places of Worship.

5: Verbond van Verzekeraars en het Verbond van Beveiligings Organisaties (2007). Document D03/376 Verbeterde Risicoklassen-indeling voor bedrijven versie mei 2007.

Ellie Bruggeman, april 2008

http://www.museum-security.org

http://www.museumbeveiliging.com

http://www.handboekveiligheidszorgmusea.nl
 

Share/Save/Bookmark

You must be logged in to post a comment.