Musea voldoen niet aan de eisen uit de vernieuwde risicoklasse-indeling

16 April, 2008 – 8:50 am

Sinds 1997 gebruikten de gezamenlijke verzekeraars en de beveiligingsbedrijven het Handboek Risicoklasse-indeling. In dit handboek werd een classificatie in vier klassen bepaald aan de hand van de criteria:

- aard van de organisatie’

- ligging al of niet binnen de bebouwde kom

- aantrekkelijkheid van de goederen

- waarde van de goederen.

 

Er bestaat bij de indeling in soorten organisaties geen afzonderlijke categorie voor musea. Musea vallen daardoor in de categorie: overige.

De omschrijving van de in musea aanwezige ‘goederen’ was in de oude risicoklasse-indeling, en is bij de vernieuwde risicoklasse-indeling van 2007/2008 (vrki), heel erg ruim.

De attractiviteit van goederen werd/wordt ingedeeld in de categorieën Laag, Midden, Hoog en Zeer Hoog. 

Bij de categorisering naar financiële waarde lag de grens bij de oude risicoklasse-indeling (orki) om in de categorie ZH te vallen bij fl. 250.000,00.

Bij de vrki ligt die grens bij € 300.000,00.

Op basis van de indeling in risicoklassen werden in de orki per klasse maatregelen voorgeschreven op Organisatorisch, Bouwkundig en Elektronisch niveau – de zogenaamde OBE maatregelen - aangevuld met Compartimentering en Meeneembeperkende maatregelen.

Bij de hoogste risicoklasse (4) ontbrak inhoudelijke specificatie in O,B,E,C en M en werd geadviseerd op basis van Maatwerk de beveiliging te realiseren.

Het is duidelijk dat dat Maatwerk nooit mocht leiden tot een beveiligingsniveau lager dan klasse 3.

In de orki werd bij de voorgeschreven maatregelen niets vermeld over de alarmopvolging.

De transmissie van elektronische alarmen werd wel omschreven in twee categorieën:

AL1 (analoge telefoonkiezer) en AL2 (digitale continu bewaakte lijn).

De maatregelen op bouwkundig, elektronisch en compartimenteringsniveau werden aangeduid met Standaard, Normaal en Zwaar. 

Bij de hoogste klasse betekende dat bijvoorbeeld dat de beveiliging als volgt moest worden gerealiseerd: Bn, Ez, Cz; of: Bz,Ez,Cn; of: Maatwerk

De Vernieuwde Risicoklasse-indeling

De vernieuwingen in de vrki zijn marginaal, er is geen sprake van heel ingrijpende wijzigingen, met uitzondering van de nieuwe eis Reactie (alarmopvolging) de aanvulling van AL1 en AL2 met AL3 en het vervangen van de niveaus S(tandaard), N(ormaal) en Z(waar) door een nummering.

Organisatorische maatregelen worden ingedeeld in O1 (standaard maatregelen + voorlichting over preventie + uitleg over het systeem) en O2 (idem als O1 plus specifieke maatregelen opgenomen in het beveiligingsplan.

De Bouwkundige maatregelen worden ingedeeld in:

B0: aanwezige hang- en sluitwerk handhaven;

B1: hang- en sluitwerk met een inbraakwerendheid van 3 minuten

B2: idem met een inbraakwerendheid van 5 minuten. Alternatief: rolluiken, tralies, inbraakwerende beglazing

B3: idem met inbraakwerendheid van 10 minuten en gelijkwaardige alternatieven.

Inbraakwerendheid in 3, 5, of 10 minuten? Waartegen? Wanneer gaat die tijd in?

Op beide vragen geeft de vrki geen antwoord. Inbraakwerendheid geformuleerd in tijdseenheden zonder dat duidelijk is waartegen de bouwkundige maatregelen bestand moeten zijn en zonder dat duidelijk is vanaf wanneer de tijd gemeten wordt is een te vaag begrip.

De aanvalsmethoden moeten worden gedefinieerd (handhamer, beitel, schroevendraaier, koevoet, voorhamer, kettingzaag, raamkraak….). De meting van de inbraakwerendheid gaat niet in op het moment dat die inbraakwerendheid wordt aangevallen maar op het moment dat de alarmopvolgingsorganisatie een signaal krijgt. Het doel van inbraakwerendheid is nu eenmaal niet alleen ontmoediging maar ook de alarmopvolgingsorganisatie voldoende tijd gunnen om adequaat te reageren.

Compartimentering en Meeneembeperkende maatregelen zijn in de vrki samengevat als C/M. Er zijn drie niveaus gedefinieerd:

C/M1: inbraakwerende kast volgens VGW kwalificatie of verankeren objecten, of bouwkundige compartimentering met een inbraakvertraging van 3 minuten.

C/M2: inbraakwerende kast, slagvaste vitrines, rolluiken e.d. of een bouwkundig compartiment. Alles met een vertraging van 5 minuten.

C/M3: idem aan te vullen met mistgenerator. Totale vertraging 10 minuten.

Voor wat betreft de meting van de vertraging en de aanvalsmethoden zie hierboven onder bouwkundige maatregelen.

Elektronische maatregelen worden in de vrki ingedeeld in vier klassen:

Ed (domestic): eventueel doorm elding naar mobiele telefoon;

E1: inbraaksignaleringssysteem volgens NCP2;

E2: idem of NCP3 met anti-masking bewegingsmelders;

E3: NCP3 met anti-masking. 

De alarmtransmissie wordt in de vrki uitgebreid met de nieuwe categorie AL3: alarmtransmissie volgens de NEN EN 50136-1-2 aangevuld met een backup via bijvoorbeeld GPRS.

Nieuw in de vrki is de  Reactie (alarmopvolging). 

De Reactie is onderverdeeld in vier categorieën:

R0: alarmopvolging door sleutelhouder na melding naar een (mobiele) telefoon;

R1: alarmopvolging door een particuliere alarmcentrale (PAC) naar sleutelhouders;

R2: alarmopvolging door PAC naar een door het Ministerie van Justitie erkende bewakingsdienst;

R3: idem als R2 + politie met prioriteit 1 nadat verificatie (op afstand vanuit de PAC) heeft plaatsgevonden.

De vrki en musea

De vrki heeft beveiligingsmatrices met maatregelen per risicoklasse opgesteld voor woningen en voor bedrijven. Bij bedrijven wordt een onderscheid gemaakt tussen goederen in winkel of showroom en goederen in magazijnen. Het zal even wennen zijn voor musea, maar showroom kan vertaald worden naar tentoonstellingsruimte, magazijn naar depot en goederen naar museumobjecten. Bij de vrki hoort een lange lijst met goederen die ingedeeld worden naar attractiviteit Laag, Midden Hoog en Zeer Hoog. Kunst staat niet op de lijst vermeld. Wel kunstvoorwerpen (een ongebruikelijke terminologie voor musea) en wat lezen we daar: Overleg met verzekeraar. Enige indeling in L, M, H of ZH ontbreekt.

Overleg met verzekeraar? De tijdelijke diamantententoonstelling in het Museon was verzekerd. Ik kan me niet voorstellen dat daar enig overleg met de verzekeraar of de verzekeringsmakelaar (AON Artscope) is geweest over de beveiliging. Die beveiliging voldeed zelfs niet aan de eisen uit de oude risicoklasse-indeling. Er zijn meer voorbeelden waar de verzekeraar, de verzekeringsmakelaar, blijkbaar onvoldoende eisen stelde aan de beveiliging; b.v. het Westfries Museum in Hoorn.

Overige relevante goederen die in de vrki lijst staan en de daarbij horende indeling in L, M, H of ZH:

antiek kleingoed: in showroom H; in magazijn ZH;

antiek, grote objecten: in showroom L; in magazijn M;

juwelen/sieraaden: in showroom ZH; in magazijn ZH;

edelmetalen: resp. ZH en ZH;

antieke uurwerken resp H en ZH exclusieve verzamelingen zoals munten, kristal, schilderijen…) resp. M en H

Het zal duidelijk zijn dat maatwerk nodig blijft om de risicoklasse van musea in te schalen. 

HET museum bestaat nu eenmaal niet. Er is een groot verschil tussen een streekmuseum of oudheidskamer met vervangbare collectie of een museum met een onvervangbare, hoogwaardige collectie. Attractiviteit van goederen, zo is de afgelopen jaren gebleken, is een heel moeilijk hanteerbaar criterium.

Er wordt bij iedere diefstal van beroemde objecten weer door museumdirecties en politiefunctionarissen getwijfeld aan de attractiviteit wanneer verklaard wordt dat de gestolen goederen onverhandelbaar zijn. Verhandelbaarheid is in de vrki juist een van de criteria om de attractiviteit te bepalen. Ondanks de gebrekkige attractiviteit/verhandelbaarheid worden toch keer op keer weer in binnen- en buitenland ‘onverkoopbare’ museumobjecten gestolen.

Bij de risicoklasse-indeling moet vanzelfsprekend met deze incidenten rekening worden gehouden. Hoe je het ook wendt of keert: musea met kostbare collecties vallen bijna per definitie in de hoogste risicoklasse omdat die klasse niet alleen door de attractiviteit bepaald wordt, maar ook door de financiële waarde.

De grens tussen klasse 3 en klasse 4, de hoogste klasse, wordt bepaald door een waarde van € 300.000,00. De vrki maakt geen onderscheid meer tussen de ligging van een object binnen of buiten de bebouwde kom.

Conclusie

Zowel in de oude risicoklasse-indeling als in de vrki vallen musea met kostbare collecties in de hoogste risicoklasse. Dit betekent dat de inbraakwerendheid die de objecten beschermt – of dat nu bouwkundig is of via kluizen, vitrines, overige meeneembeperkende maatregelen en compartimentering – 10 minuten moet bedragen. De elektronische signalering dient te voldoen aan de hoogste NCP klasse. De alarmtransmissie moet plaatsvinden via een continu bewaakte digitale lijn met een backup via GPRS en de reactie/alarmopvolging moet aangestuurd worden via verificatie van alarmen vanuit een PAC en prioriteit 1 bij de politie. Op organisatorisch niveau moeten maatregelen genomen worden in overeenstemming met de hoge risicoklasse. Er zijn in Nederland slechts zeer weinig musea die aan deze eisen voldoen.

Vrki uitgebreid: http://www.hetccv.nl/binaries/ccv/dossiers/kwaliteitsregelingen-en-instrumenten/vrki/2008-vrki-bedrijven.pdf

vrki samenvatting: http://www.hetccv.nl/binaries/ccv/dossiers/kwaliteitsregelingen-en-instrumenten/vrki/vrki-samenvatting1012.pdf

Ton Cremers

toncremers@museum-security.org

http://www.museum-security.org

http://www.museumbeveiliging.com

http://www.handboekveiligheidszorgmusea.nl

  

Share/Save/Bookmark

You must be logged in to post a comment.