BOUWKUNDIGE WEERBAARHEID BUITENSCHIL (Congres Glamour for Safety and Security 6 november 2003)

3 November, 2003 – 2:29 pm

Ton CremersAdvies ConsortiumInfo@adviesconsortium.net  

BOUWKUNDIGE WEERBAARHEID BUITENSCHIL 

Congres Glamour for Safety and Security

6 november 2003  

Voorgeschiedenis In de late jaren 80 en begin jaren 90 haalden meerdere Nederlandse musea internationaal de voorpagina’s met geruchtmakende incidenten. Er vonden inbraken plaats in het Kröller Müller Museum, het Stedelijk Museum Amsterdam, het Van Goghmuseum, het Noordbrabantsmuseum en het Rembrandthuis. Al deze inbraken vormden aanleiding voor het ministerie van OcenW een onderzoek te laten uitvoeren naar de veiligheidszorg (VZ)[1] van de Nederlandse musea. Uit dat onderzoek kwam naar voren dat musea over het algemeen goed voorzien zijn van elektronische signalering en hang- en sluitwerk, maar dat onvoldoende aandacht werd besteed aan de organisatie van de VZ. Dit onderzoek vormde de basis voor een Commissie Veiligheidszorg  onder de hoede van de Nederlandse Museumvereniging. De Commissie VZ en de daarvan afgeleide werkgroep VZ produceerde MUSAVE: de Museum Standaard Audit Veiligheidszorg. Aan de hand van dit computerprogramma kunnen musea zelfstandig (het niveau van) hun VZ onderzoeken.

MUSAVE is voornamelijk gericht op de organisatorische kant van de integrale VZ. 2002: Annus Horribilis In 2002 werden de Nederlandse musea weer zwaar getroffen door een aantal ernstige incidenten. Er vonden inbraken plaats in Kasteel Sypesteyn in Loosdrecht, in het Frans Halsmuseum, het Museon en het Van Goghmuseum. Bij al die inbraken bleek de alarmopvolgingsorganisatie onvoldoende tijd gegund om adequaat te reageren. Het werd daardoor duidelijk dat de integratie tussen bouwkundige weerbaarheid vroege signalering en respons niet in staat was inbrekers te stoppen.De inbraken hadden enkele gemeenschappelijke kenmerken:-       de musea werden snel en te laat opgemerkt (of geheel niet opgemerkt) binnen gedrongen;-       de alarmopvolgingsorganisatie werd onvoldoende tijd gegund.  INCI/DETAR De Haagse Hogeschool geeft een Post-HTO opleiding Security Management. In die opleiding wordt een tijdslijn theorie gedoceerd waarbij enerzijds het tijdspad van het incident en anderzijds het tijdspad van de alarmopvolgingsorganisatie in beeld wordt gebracht.Deze theorie heet INCI/DETAR. INCI staat voor incident en DETAR voor Detectie, Alarmering en Response. Als volgt weergegeven:                    
Het zal duidelijk zijn dat een incident beheerst kan worden indien de tijd die nodig is voor inbreken, verzamelen van de buit en de aftocht langer is dan de tijd die nodig is voor detectie, alarmering en response.De bouwkundige weerbaarheid van de buitenschil speelt bij het tijdspad een belangrijke rol (evenals als een zeer vroegtijdige - elektronische - signalering.  Gesprekken met de industrie Naar aanleiding van de inbraken in diverse musea in 2002 gaf het ministerie van OcenW een onderzoeksopdracht naar de weerbaarheid van de bouwkundige buitenschil. Gerard de Baay en ondergetekende voerden de eerste verkennende gesprekken met vertegenwoordigers van de industrie (glasfabrikant, kozijnenfabrikanten, specialisten hang- en sluitwerk, deskundigen elektronische beveiliging en inspectiebedrijven). Al deze bedrijven verleenden op vrijwillige basis ondersteuning aan het onderzoek.Opvallend was dat niet alleen de inspectiebureaus, maar ook de specialisten op onderdelen van de bouwkundige weerbaarheid bij herhaling wezen op de volgende punten: 1: Het is onjuist alleen te kijken naar bouwkundige weerbaarheid 2: Hoe weerbaar je de buitenschil ook maakt er zal altijd een toegang gevonden worden 3: Beveiliging moet integraal en gelaagd aangepakt wordenMet gelaagd - de schillentheorie - wordt bedoeld dat inbraakwerend glas en inbraak werende deuren en kozijnen alleen niet voldoende zijn, maar dat iedere weerbare schil gevolgd moet worden door een volgende schil, zoals bijvoorbeeld:-       rolluiken-       inbraakwerende interne compartimentering-       meeneembeperkende maatregelen (verankering, vitrines) Onder integraal  wordt verstaan het samenspel tussen bouwkundige, elektronische en organisatorische maatregelen. Geen van deze maatregelen biedt individueel voldoende beveiliging. Bouwkundige weerbaarheid kan niet zonder elektronische signalering, elektronische signalering heeft geen zin indien er geen vertragende bouwkundige voorzieningen zijn, en beiden dienen gedragen te worden door een naadloos aansluitende beveiligingsorganisatie. Normen De NEN 5096 beschrijft de Inbraakwerendheid – gevelelementen metdeuren, ramen, luiken en vaste vullingen – eisen, classificatie en beproevingen en de NEN-EN 356 Inbraakwerend glas; weerstand tegen manuele inslag. Deze normen delen de gevelelementen in weerbaarheidsklasses in. Gerealiseerd moet worden dat die weerbaarheid gekoppeld is aan vastgelegde gereedschapsets, waarbij hogere klasses weerbaar moeten zijn tegen zwaardere gereedschapssets. Hier zit een beperking in. Beglazing en deuren die volgens een bepaalde klasse-indeling een weerbaarheid hebben van bijvoorbeeld 15 minuten, hebben die weerbaarheid tegen bepaalde gereedschapsets. Lichter gereedschap leidt tot een langere weerbaarheid, maar zwaarder gereedschap tot een kortere weerbaarheid. Hoe zwaar gevelelementen ook gemaakt worden, er zal altijd een methode bedacht  worden om die gevelelementen aan te vallen. Het is daarom van belang dat er sprake is van een gelaagdheid van de bouwkundige weerbaarheid.  Glas Bij de presentatie over bouwkundige weerbaarheid van de buitenschil tijdens het Glamour for Safety and Security congres is een film getoond van twee mannen die, voorzien van uitgebreide gereedschapsets, 20 minuten bezig zijn om een gat in een ruit beveiligingsglas te maken.Dat glas is opgebouwd uit lagen glas, polycarbonaat (Lexaan) en Poly Urethaan folie. Deze PU folie wordt gebruikt voor het aan elkaar hechten van de diverse lagen glas en PC.Poly Urethaan is in vaste vorm niet toxisch en niet chemisch actief (en wordt daarom ook gebruikt in de medische wereld voor het maken van protheses en bypasses). In vloeibare vorm is PU zeer toxisch en veroorzaakt chemische reacties met andere stoffen.Bij de ‘klassieke’ methode om inbraakwerend glas te maken, wordt gebruik gemaakt van de autoclaaf methodiek: de diverse lagen glas, PC en PU worden in een oven verhit tot 90 graden en onder 10 atmosfeer druk gebracht. Hierdoor ontstaat een zeer sterke en lang houdbare hechting. De autoclaaf methode wordt gebruikt voor defensie toepassingen en in de luchtvaart voor het glas in cockpits. Verkeersvliegtuigen die voorzien zijn van deze glasvorm kennen wisselingen in temperatuur van plus 40 tot min 60 graden. Deze wisselingen kunnen zich in zeer korte tijd voordoen. Bovendien moet het glas in de cockpits bestand zijn tegen inslagen van buitenaf bij hoge snelheden. Sinds kort is een inbraakwerende glassoort in de handel die niet volgens het autoclaaf principe wordt gemaakt, maar via vloeibare PU hars. Deze hars wordt gebruikt voor de hechting van de lagen glas en PC. De hechting vindt niet plaats onder hoge druk en door verhitting, maar door geleidelijke uitharding van de vloeibare PU. Hierbij komt niet alleen gif vrij, maar bovendien is nog niet duidelijk in hoeverre de PU bij deze hechting een chemische reactie veroorzaakt met de PC. Bovendien is de weerbaarheid tegen manuele krachten niet helemaal duidelijk, noch de hechting en weerbaarheid op lange termijn. De Duitse firma die dit glas inmiddels aan enkele musea heeft geleverd, reageerde niet op meerdere verzoeken om informatie. Er dient voor gepleit te worden dat een onafhankelijk instituut (TNO en/of SKG) een vergelijkend onderzoek doet. Zo lang dat onderzoek nog niet heeft plaats gevonden lijkt het niet verstandig zonder meer in te gaan op de commerciële presentaties van firma’s die niet-autoclaaf gehecht glas aanbieden. De autoclaaf methode is niet alleen zeer arbeidsintensief maar ook zeer kostbaar. Een autoclaaf kost al gauw een half miljoen Euro. Indien de methode met gegoten hars even bewezen betrouwbaar was, dan zou alleen al uit zakelijke overwegingen de autoclaaf methode snel obsoleet zijn. Nader onderzoek is zonder meer geïndiceerd   


[1] Veiligheidszorg = bewaking, beveiliging EN veiligheid

Share/Save/Bookmark

You must be logged in to post a comment.